gezondheid

De Gezondheidsraad adviseert minister Edith Schippers (Volksgezondheid) om de eigen bijdrage voor de bloedtest, waarbij zwangere vrouwen hun ongeboren kind kunnen testen op onder meer het syndroom van Down (NIPT genoemd), te laten vervallen. Het bedrag van 175 euro mag volgens de Raad geen barrière vormen voor zwangeren om deel te nemen.

De Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) is niet onomstreden. Tegenstanders vrezen dat met de test een signaal wordt afgegeven dat mensen met Down minder welkom zijn. Ze verwachten dat vrouwen, die na de test er achter komen dat ze een kindje met Down dragen, eerder voor een abortus zullen kiezen. 

Minister Schippers wil vrouwen in ieder geval de keuze geven om hun ongeboren kind te laten screenen. Ze besloot dat vanaf 1 april 2017 alle zwangere vrouwen in Nederland voor de test moeten kunnen kiezen. Voorheen was de NIPT alleen beschikbaar voor vrouwen met een verhoogde kans op een kind met het syndroom van Down, maar vrouwen die de NIPT ondergaan moeten wel een eigen bijdrage betalen van 175 euro. Van die financiële drempel wil de Gezondheidsraad nu af.

NIPT kan naast het syndroom van Down, ook het syndroom van Patau en Edwards opsporen. Baby’s die lijden aan het syndroom van Patau of Edwards overlijden vaak kort na hun geboorte. In de toekomst zal de NIPT waarschijnlijk meer ernstige aangeboren aandoeningen kunnen opsporen.

Naast het afschaffen van de eigen bijdrage bij de NIPT, pleit de Gezondheidsraad ook voor de invoering van een extra echo voor zwangeren. Deze echo vindt dan plaats wanneer de vrouw 12 tot 14 weken zwanger is. Het kan structurele afwijkingen bij de foetus opsporen en komt naast de bekende 20-wekenecho.

De nieuwe echo, zo stelt de Raad voor, moet onderdeel zijn van een landelijk wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoek moet duidelijk maken hoe vaak en goed verschillende aandoeningen ermee kunnen worden opgespoord.